Krook - Krommenie

In Krommenie leven rond 1650 - 1700 drie familie’s Krook, waarvan tot dusver geen gezinsverbanden kunnen worden aangetoond.
Getrouwd omstreeks 1635 met Lijsbet Claas .
Getrouwd met N.N. Deze familie is begin vorige eeuw uitgestorven.
Getrouwd omstreeks 1724 met Stijntje Jaspers
Pieter Janszn, een kleinzoon van Baart Pieterszn, had een zoon van Jan Clasenzn kunnen zijn maar dat is beslist niet zo, hetgeen blijkt uit een oude akte. Er moeten dus omstreeks 1680 twee Jan-nen Crook in Crommenie hebben gewoond. Dit probleem op te lossen is een bijna onmogelijke opgaaf. Verder zou S.J.Crook (zie punt a bij het gedeelte “De Kerk”) wel de vader van Jan Sijmons geweest kunnen zijn. Jammer genoeg zijn over S.J.Crook geen gegevens meer te vinden. Het nageslacht van de Krook-en uit Krommenie blijven voor het grootste gedeelte hun provincie trouw. De kinderen van Jan Sijmonszn Crook verhuizen al vroeg naar Wormerveer.
De kerk
De Krook-en in Krommenie zijn omstreeks 1700 bijna allen aangesloten bij de Doopsgezinde Gemeente. Ook daarna zijn vele Krook-en van diezelfde kerk lid. Hun kerk was het Vermaningshuis.
Vóór 1800 werden de aantekeningen van geboorte/doop/trouw/overlijden/begraven bijgehouden door de kerk waarbij men was aangesloten. Door een grote brand, die door hooibroei op 22 Juli 1702 uitbrak op de boerderij van Joseph Gorter ging een groot gedeelte van de 's Heerenweg (Noorderhoofdstraat) in vlammen op. De huizen, in die tijd vaak van hout gebouwd, werden, door een hevige wind aangewakkerd, een prooi van het vuur. Het houten Vermaningshuis ging tevens in vlammen op. Ook de administratie ging verloren. Het is daarom bijna ondoenlijk gegevens van de gezinnen van vóór 1702 te reconstrueren. De naam Krook komt in de geschiedenis van de Doopsgezinde Kerk van Krommenie meer dan eens voor:
a. Bij de herbouw van het Vermaningshuis in 1702 ontvangt S.J.Krook een bedrag van 600 gulden voor zijn werkzaamheden.
b. Tussen 1730 en 1781 is er een Klaas Krook diaken van de kerk.
c. Tussen 1880 en 1925 is Jacob Krook diaken en voorzitter van de kerkeraad.
d. Tussen 1900 en 1930 is Nicolaas Johannes Krook diaken.
e. Tussen 1732 en 1781 is Neeltje Jans Krook diakones.
f. Tussen 1823 en 1837 is Klaas Krook koster en is zijn jaarlijks toelage 60 gulden.
g. Tussen 1837 en 1873 is Willem Krook koster met eveneens een jaarlijkse toelage van 60 gulden.
h. Tussen 1873 en 1885 is Jacob Krook koster, ook zijn toelage is 60 gulden per jaar.
i. Tussen 1938 en 1946 is Pieter Krook organist.
j. In 1793 geven Pieter en Willem Krook ieder 10 gulden voor het traktement van de predikant.
Middelen van bestaan
In de 17e eeuw kwam de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) tot grote bloei. Het was in die tijd 's werelds grootste handelsonderneming. Onder andere in Krommenie werden hiervoor schepen gebouwd en uitgerust. De rolrederijen (uitrusting van schepen) deden goede zaken. Jan Clasenszn Crook alsmede zijn zoon Engel Janszn en Jan Sijmonszn Crook oefenden het beroep van rolreder uit. Vooral Jan Clasenzn en zijn zoon Engel zijn rijk geworden. Engel bezat bij zijn overlijden in 1722 vele huizen, landerijen, aandelen in hennepmolens en een grote voorraad roerende goederen zoals rollen linnen, kopergoed, porselein en 1950 gulden en 9 stuivers aan specie. Toch was het in die tijd een onzeker bestaan. Door branden, overstromingen en franse rooftochten ging veel verloren. In het begin van de 19e eeuw is Krommenie een arm dorp. De rolrederijen gaan sterk achteruit door de vervanging van de zeilvaart door stoomvaart. De V.O.C. gaat begin 1800 failliet. Er heerste grote werkloosheid. Toch hebben de bewoners van Krommenie het hoofd boven water gehouden. Met de Krook-en ging het over het algemeen vrij goed. Zij waren schipper, smid, koopman, winkelier, timmerman of goudsmid. Tot op de dag van vandaag spelen de Krook-en nog een rol in Krommenie.